PIJN
Als liefde niet met pijn zou komen viel het te prefereren boven een garnaalkroket. Maar liefde doet pijn. Altijd. Daar gaat verdomme 90 procent van de films, boeken en liedjes over. De zin van liefde is dat het de kunst in stand houdt.
De eerste pijn is die van het verlangen. Het maakt niet uit of je bij de eerste ontmoeting al nader tot elkaar bent gekomen, je bent vervuld van de wens bij haar te zijn. Ik heb het niet op deze fase. Het werkt remmend op je maatschappelijk functioneren. Je bent ook bang (zoals het merendeel van de liefdespijn in angst geworteld is) een verkeerde beweging te maken. Je wilt je kansen niet verspelen. Er is een hoop inzicht in de vrouwelijke en haar specifieke psyche nodig, op een moment dat je daar het slechtst voor geëquipeerd bent. Maar het kan goed komen en dan heb je dus verkering.
Dan komt het stadium dat je elkaar beter gaat leren kennen. Het is verleidelijk, maar onverstandig dan voor pijnvermijding te kiezen. Je bent mateloos tolerant en onmenselijk attent. Euforisch als je bent neig je je te voegen, bangelijk dat het een aard is, en je stelt jezelf niet eens de vraag of zij wel zichzelf is in haar passie, zorg en inschikkelijkheid. Je werkt aan de blauwdruk van een relatie die je op verdere termijn nog lelijk kan opbreken.
Dus kies je voor een andere strategie: je bent jezelf. Dat is bereriskant. Ik laat vroegtijdig onder andere weten dat ik eten in restaurants stomvervelend vind, wel op pad wil maar het moet geen moeten worden, dat ik niet drink, wel rook, geen kinderen meer wil en ook geen huisdieren en (om nog maar eens wat te noemen) ’s nachts een T-shirt draag, vooral omdat ik het zweet wil opvangen, tegen het ‘okselklotsen’ dus. Het is een pijnlijk proces. Alle onderdelen van van twee heel verschillende 1000-stukjespuzzels moeten in elkaar geschoven worden.
Lastig, maar niet uitgesloten: je vindt een balans. Maar dat je elkaars verwachtingen, eisen, verlangens en grenzen kent maakt nog geen eind aan de pijn. Ze kan je bijvoorbeeld verlaten. Ze kan je ook te dicht op de huid zitten. Ze kan te zelfstandig blijken. Je kunt jaloers worden, maar ook te onverschillig in je zekerheid. Hoe dan ook word je je de onvolkomenheid bewust. Dat is nou gek, want eerder leek alles toch zo perfect als rozengeur en maneschijn.
Ik weet eigenlijk nooit of het nou zelfbescherming of realiteitszin is dat ik mij bewust blijf van de eindigheid van de relatie. Ik ben gewoon te veel realist om op die roze wolk te blijven surfen. Ik ga over tot de economie van de relatie. Je bent voortdurend aan het minnen en aan het plussen; dat zij zo geweldig is in bed compenseert niet dat ze je niet weet te inspireren en dat ze je zo mooi op het rechte spoor weet te houden maakt nog niet dat je haar gehaktballen lekker vindt. Ik wou dat ik mezelf ook eens voor de gek kon houden. Maar ik weet gewoon dat het eens ophoudt, waarschijnlijk als zij inziet dat jij niet bent wat ze van je gemaakt heeft en maar eens een deurtje verder gaat kijken.
Ik weet niet of het leven met het bewustzijn van de pijn die nog zal komen de uiteindelijke pijn verzacht. Te vrezen valt dat het zo niet werkt. Zegt ook mijn tandarts.